Communicatie

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met berichtgeving over het eigen pensioen

Opgewekt vertrouwen

Voor zijn pensioendatum had klager zijn partner bij het pensioenfonds aangemeld en stelde vragen aan het pensioenfonds waarop nooit een antwoord kwam. Omdat zowel hij als zijn partner de mantelzorg voor een oude moeder hadden, kwam er van trouwen of ongehuwd samenwonen niets terecht. Ook bij de aanvraag voor het ouderdomspensioen is de partner vermeld en haar naam verscheen op alle overzichten.

Nadat zij trouwden vroeg klager nogmaals of het partnerpensioen geregeld was. Fonds antwoordde bevestigend en zond in totaal gedurende 17 jaar ieder jaar een opgave van het verzekerde partnerpensioen, met vermelding van de naam van de echtgenote. Bij navraag in 2017 deelde het pensioenfonds mee dat er geen sprake kon zijn van partnerpensioen in de situatie dat het huwelijk had plaatsgevonden na pensionering. De ombudsman vond dit niet kunnen. Iemand die een zorgplicht jegens zijn partner toont door deze tijdig aan te melden, kun je het voorwaardelijke uitzicht op een partnerpensioen niet afnemen.

Klager mocht ervan uit gaan dat het pensioenfonds de aanmelding zonder meer had aanvaard door de naam van de partner op de overzichten te gaan vermelden. En vragen daar omtrent niet te beantwoorden. Het pensioenfonds was het bij nader inzien toch met het de ombudsman eens.

Pensioenopgave gebaseerd op onjuiste uitgangspunten soms toch bindend

Een pensioenfonds bood zijn deelnemers de mogelijkheid van een aanvullende voorziening voor nabestaandenpensioen. Omdat het reglement nog in de maak was, werd aan een deelnemer in een telefoongesprek een voorlopige premie genoemd, en die is daarop ingegaan. Toen bleek dat de premie was berekend op basis van verkeerde uitgangspunten (de inhoud van het telefoongesprek lag niet vast), heeft het fonds zijn verlies genomen en voor de lopende termijn de premie niet verhoogd, echter onder mededeling dat de voorziening alleen zou worden voortgezet tegen de reële premie. Dat vond de ombudsman niet onredelijk.

Schadevergoeding in verband met uitgaven gedaan op grond van onjuiste mededelingen

Aan klager was naar aanleiding van door haar daaromtrent geuite twijfel telefonisch verzekerd dat zij het juiste bedrag ontving. Toen dat achteraf onjuist bleek werd het te veel ontvangene teruggevorderd, maar zij had inmiddels uitgaven gedaan die niet meer ongedaan konden worden gemaakt. Het fonds besloot tot vergoeding van de aantoonbare uitgaven die zij gedaan had tussen haar eerste telefoontje (“Is dat wel goed”) en de correctie van het fonds.

Een logisch antwoord verplicht niet tot verificatie

Het fonds had klager geen vrijwillige voortzetting van deelname gedurende de gehele werkloosheidsperiode toegestaan, maar wel gedurende drie jaar. Daardoor zou hij nooit kunnen voldoen aan de voorwaarden voor vroegpensioen, zodat hij drie jaar ‘voor niets’ deelneming zou voortzetten.

Klager had uitdrukkelijk gevraagd naar de mogelijkheid van overbrugging van het jaar na de drie toegestane jaren, het jaar voorafgaand aan zijn vroegpensioen. Hij vroeg dus bewust naar het bestaan van een uitzondering. Toen hij daarop een bevestigend antwoord kreeg, hoefde klager niet aan de juistheid van deze mededeling te twijfelen. Volgens de ombudsman ging het te ver dat klager na ontvangst van de schriftelijke toezegging voor deelname, noodzakelijk om aan de voorwaarde van vroegpensioen te voldoen, had moeten twijfelen en navraag had moeten doen. Het pensioenfonds stond uiteindelijk langere vrijwillige voortzetting toe.