Nabestaandenpensioenen (partnerpensioen, bijzonder partnerpensioen en wezenpensioen)

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met nabestaandenpensioenen.

Geen partnerpensioen

Een klager vond dat zij recht had op het pensioen van haar overleden partner. Ze was erfgenaam en het kon toch niet zo zijn dat het pensioen dat haar partner bij een verzekeraar had opgebouwd, niet zou worden uitgekeerd. Ook uit de door klager zelf verstrekte stukken (uniforme pensioenoverzichten, UPO’s) bleek dat er geen partner vermeld stond en dus geen partnerpensioen was verzekerd. Er stonden bovendien nullen onder een kopje ‘Uw partner krijgt bij overlijden”.

De ombudsman kon klager niet helpen omdat de pensioenuitvoerder via verschillende kanalen aan de inmiddels overleden partner had laten weten dat er geen partnerpensioen verzekerd was en dat voor hem kennelijk geen aanleiding was om contact op te nemen met de pensioenuitvoerder.

Partnerpensioen uitgeruild

Na het overlijden van haar echtgenoot bleek er geen partnerpensioen verzekerd te zijn. De pensioenuitvoerder verklaarde dat het partnerpensioen bij de pensionering van de echtgenoot van klager in 1999 was uitgeruild voor extra ouderdomspensioen. Op geen enkele wijze kon het fonds aantonen, noch aannemelijk maken dat klager wist van de (betekenis van de) uitruil en expliciet hiermee had ingestemd. De pensioenuitvoerder deelde uiteindelijk de mening van de ombudsman en kende alsnog en met terugwerkende kracht aan klager een partnerpensioen toe.

Herstel onvervulde voorwaarde

Alsnog de gelegenheid bieden tot het aantonen van een relatie is niet vrijblijvend.

Na meer dan 25 jaar samenwonen trad een deelnemer in het huwelijk met zijn partner, en overleed onverwacht kort daarna. Op grond van het pensioenreglement bestond geen recht op nabestaandenpensioen. Het fonds stelde de weduwe wel in de gelegenheid om de duurzaamheid van de samenleving aan te tonen, maar toen zij dat had gedaan wees het fonds het verzoek alsnog af. De werkgever hoorde van dit geval en bracht dit onder de aandacht van de ombudsman. Toen de ombudsman het fonds wees op de kort daarvoor gepubliceerde uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 8 oktober 1997 (die het niet redelijk vond om in een dergelijk geval hoop te wekken en die vervolgens de bodem in te slaan) kreeg mevrouw alsnog haar pensioen.

Geen recht op bijzonder partnerpensioen

Klager was van mening dat zij na het overlijden van haar ex-echtgenoot recht had op een zogeheten bijzonder partnerpensioen, het nabestaandenpensioen ten behoeve van een ex-partner. Zij was in 2007 gescheiden. De ex-echtgenoot was in 2016 overleden. In dit geval was er sprake van een partnerpensioen op risicobasis dat al eind 1999 was komen te vervallen door beëindiging van het dienstverband.

De ex-partner had op dat moment kunnen kiezen voor een uitruil van een deel van het ouderdomspensioen naar een partnerpensioen, maar het was duidelijk dat hij hiervoor niet had gekozen. De ombudsman kon niet anders dan klager mededelen dat zij geen recht had op een bijzonder partnerpensioen.