Ouderdomspensioen

Bewijs van deelneming

Getuigenverklaringen van oud-collega's als bewijs van het pensioengevend dienstverband.

Een werkneemster had geen bewijzen van deelname aan pensioenfondsen die in de loop der tijd waren opgegaan in een ander fonds. In de administratie van het laatste fonds kwam zij niet voor, maar door middel van getuigenverklaringen kon aannemelijk gemaakt worden dat zij tijdens haar dienstverband pensioenrechten opgebouwd moest hebben. Het fonds accepteerde dit bewijs, schreef de verklaring van haar ontbreken toe aan overdrachtsfouten en kende haar alsnog pensioen toe.

Toch gevonden

Een klager die 6 maanden lang veel moeite had gedaan om een pensioen aan te vragen waarvan ze bewijs (oude opgave en oude brief) bezat, vroeg de ombudsman om te onderzoeken waarom het pensioenfonds haar toch maar niet in de administratie kon vinden. Na de brief van de ombudsman werd een fout in het registratienummer ontdekt en al gauw liet het fonds weten het pensioen van klager te hebben gevonden en inmiddels een aanvraagformulier naar haar te hebben gestuurd.

Is dit het bewijs?

Klager was ervan overtuigd dat hij aanspraken had bij een pensioenuitvoerder. Het ging om pensioen dat hij tussen 1979 en 1982 had opgebouwd. De uitvoerder kon in eerste instantie niets van het pensioen van klager terugvinden. Klager besloot daarop de ombudsman aan te schrijven.

In 1999 waren de ‘oude’ pensioenaanspraken nog steeds verzekerd bij de door klager benaderde uitvoerder. Gelukkig kon deze pensioenuitvoerder aan de hand van een kopie van een door klager en zijn echtgenote getekend overdrachtsformulier aantonen hoe hoog de verzekerde aanspraken anno 1999 waren en dat het pensioen in 2000 was overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder. Een latere, uitgebreidere zoektocht door klager in zijn administratie thuis bevestigde overigens de overdracht.

Deze kwestie onderstreept de noodzaak voor pensioenuitvoerders om een pensioendossier bij leven van een (gewezen) deelnemer of gepensioneerde te bewaren.

Berekeningsgrondslagen

Een pensioenuitvoerder gaat uit van de salarisgegevens die de werkgever verstrekt. De pensioenuitvoerder kan niet eigenmachtig afwijken van gegevens die de werkgever heeft aangeleverd en zeker niet wanneer die gegevens onherroepelijk zijn vastgesteld door of naar aanleiding van beslissingen van uitvoeringsinstellingen van de sociale zekerheidswetgeving. De OP verwees klager, die het daar niet mee eens was, naar de werkgever zelf.

Bewijs

Indirect bewijs kan ook voldoende zijn.

Voor een stukje diensttijd was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten; ervóór en erna wel. Bovendien waren alle loonstroken nog beschikbaar. Bij nader inzien was het fonds het met de ombudsman eens, dat de ‘ongedocumenteerde’ diensttijd ook voor pensioen geldig was.

Mijn pensioen is veel te laag

Meneer is in 1978 als arbeidsongeschikt volledig in de WAO gekomen. Zijn pensioenopbouw liep gewoon door, maar was veel lager dan hij op basis van zijn laatste loon verwachtte. De ombudsman nam contact op met zijn pensioenfonds. Daaruit bleek dat op het moment dat meneer in de WAO kwam, de pensioenregeling voor iedereen nog een vast bedrag aan inkomen per jaar kende. Er was dus geen verband met het werkelijke inkomen. De pensioenregeling is aangepast maar die verandering had geen effect voor mensen zoals klager voor wie de oude regeling van toepassing bleef. Het bestuur heeft wel onderzocht of dit veranderd kan worden. Uit dat onderzoek bleek dat als de regeling aangepast zou worden voor iedereen in dezelfde situatie als meneer, dit een groot aantoonbaar effect zou hebben op de dekkingsgraad van het pensioenfonds. Het bestuur heeft bij de afweging om eventueel coulance toe te passen op grond van die analyse besloten het pensioen van meneer en soortgelijke gevallen niet om te zetten naar de nieuwe pensioenregeling. Die aanpassing zou te nadelig zijn voor alle andere deelnemers.

De ombudsman concludeerde dat het pensioenfonds een zorgvuldige afweging heeft gemaakt en de oude pensioenregeling goed had toegepast. De pensioenregeling was in 1978 nu eenmaal veel kariger dan de regeling nu.

Ik kan niet narekenen of mijn pensioen klopt

Meneer heeft zijn pensioenfonds gevraagd om de berekening van zijn pensioenopbouw uit 1995 te sturen. Hij krijgt steeds geen antwoord. Uiteindelijk blijkt dat het pensioenfonds de berekeningen wel zou willen sturen, maar ze niet meer heeft. Ook de basisgegevens waarmee gerekend moest worden zijn er niet meer. In 1995 waren de regels voor het bewaren van gegevens niet zoals ze nu zijn. Nu bewaren pensioenfondsen de gegevens vaak tot een bepaald moment na het overlijden van de deelnemer. Meneer kan geen berekening krijgen omdat de gegevens er niet meer zijn. Daar kan ook de ombudsman niets aan veranderen.

De ombudsman vindt het belangrijk dat een pensioenuitvoerder kan laten zien hoe een pensioen is berekend. Over het verleden zal dat niet altijd kunnen, als gegevens al zijn vernietigd. Mocht er in zo’n situatie een verschil van inzicht zijn over of bepaalde informatie wel of niet is meegenomen in de berekening de deelnemer sneller het voordeel van de twijfel moeten krijgen.