Arbeidsongeschiktheid

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met arbeidsongeschiktheid

Aanpassing van de pensioenregeling alleen voor nieuwe gevallen

Meneer is in 2006 ziek geworden en kwam in 2008 in de WIA terecht. In december 2007 is zijn werkgever gestopt met zijn bedrijf. Daardoor was meneer niet langer werknemer en ook geen deelnemer meer aan het verplichte pensioenfonds. Meneer vindt dat hij vanaf 2008 recht heeft op premievrije voortzetting van zijn pensioenopbouw, omdat hij arbeidsongeschikt is. Hij doet dat verzoek pas in 2019, omdat hij dan in een televisieprogramma over die mogelijkheid hoort.

Het pensioenfonds wijst zijn verzoek af, omdat hij op het moment dat hij in de WIA kwam geen werkgever had en dus niet was aangesloten bij het pensioenfonds. Zijn verzoek om alsnog vrijwillig pensioenpremie te betalen, wijst het pensioenfonds ook af. Dat kon toen niet als je een ziektewetuitkering had.

In 2017 is de pensioenregeling aangepast en is het genoeg als je op je eerste ziektedag een werkgever hebt, maar dat geldt niet voor oude gevallen. Meneer heeft daar dus niets aan. Het pensioenfonds heeft de regels goed toegepast en ziet ook geen bijzondere reden om voor meneer een uitzondering te maken.

De ombudsman kan niets doen aan de inhoud van de pensioenregeling. Sociale partners hebben besloten dat de verbetering van de positie van arbeidsongeschikten alleen van toepassing is op nieuwe arbeidsongeschikten en dat voert het fonds uit. Erg jammer voor iedereen die voor de aanpassing van de pensioenregeling arbeidsongeschikt werd.

Na 13 jaar 

Gedurende dertien jaar liet het fonds klager jaarlijks weten dat hij premievrije voortzetting wegens arbeidsongeschiktheid genoot. Klager bleek echter geen recht op premievrije voortzetting te hebben omdat zijn laatste werkgever niet bij het fonds was aangesloten.

Om een tweetal redenen vond de ombudsman het terugdraaien van de gecommuniceerde opbouw niet redelijk.

De pensioenuitvoerder had naar het oordeel van de ombudsman het recht om de vergissing te corrigeren na dertien jaar wel verspeeld. De correctie, die kort voor de pensioendatum had moeten volgen, zou leiden tot een ernstige inkomensdaling na pensionering. Klager kon het tekort vanwege de korte tijd tot pensionering niet meer repareren door zelf voorzieningen te treffen.
Verder was van belang dat klager voordat hij in dienst trad bij de niet aangesloten werkgever op grond van een dienstverband met een zusteronderneming met nagenoeg dezelfde benaming, wel lange tijd deelnemer van het fonds geweest.

Uiteindelijk deelde de pensioenuitvoerder de visie van de ombudsman en ging over tot herstel van de situatie zoals deze was voordat de fout werd ontdekt.

Geen inlooprisico

De werkgever van klager besloot met een andere pensioenuitvoerder in zee te gaan. Enkele maanden nadat een collectieve waardeoverdracht tot stand was gekomen, werd klager met terugwerkende kracht volledig (80-100 procent) arbeidsongeschikt verklaard. De nieuwe pensioenuitvoerder verzekert geen inlooprisico, de vorige verzekeraar gaf aan geen premievrije voortzetting te kunnen toekennen, omdat er geen sprake meer was van een verzekering waarvoor premie werd betaald. De helaas ernstig zieke klager vreesde terecht voor het partnerpensioenen en besloot deze kwestie aan de ombudsman voor te leggen.

De vorige pensioenuitvoerder maakte een ‘lump sum’ over naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Dit bedrag was voldoende voor een premievrije voortzetting van de pensioenopbouw inclusief nabestaandenvoorzieningen.

Met terugwerkende kracht arbeidsongeschikt verklaard

Iemand werd met vijf jaar terugwerkende kracht arbeidsongeschikt verklaard. Inmiddels had hij een andere werkgever, in dezelfde bedrijfstak, maar met een ander pensioenfonds. De eerste wees premievrije voortzetting af omdat betrokkene bij de beëindiging van zijn deelneming niet arbeidsongeschikt was verklaard. De tweede wees het af omdat betrokkene bij het aangaan van het nieuwe dienstverband al arbeidsongeschikt bleek te zijn geweest. Er is heel wat getouwtrek voor nodig geweest om één premievrij pensioen voor de man te krijgen.

Berekening pensioen na werkhervatting tegen lager salaris is onbillijk, maar rechtmatig.

De zaak van de man, die naast een gedeeltelijke uitkering op grond van de WAO, bij een andere werkgever in dezelfde bedrijfstak was gaan werken en zijn pensioenopbouw voor wat betreft het nieuwe dienstverband plaatsvond aan de hand van het veel lagere salaris, kon de ombudsman niet behandelen. Het was een klacht tegen de inhoud van het pensioenreglement en dat was op zichzelf juist toegepast.