Berichtgeving

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met berichtgeving omtrent het pensioen.


Tijdsverloop

Het uitblijven van bericht kan ook iets betekenen.

Belanghebbende had met een deelneemster een samenlevingsovereenkomst gesloten toen deze reeds gepensioneerd was. Hij beweerde dat hij dit gedaan had op advies van het hoofd van het pensioenbureau. Uit de stukken was op te maken dat dit vermoedelijk wel klopte, maar dat het advies al geruime tijd geleden was gegeven, toen de partner nog actief deelnemer was. Uit het feit, dat het fonds niet heeft gereageerd op de ontvangst van het samenlevingscontract kon bij belangheb­bende naar mijn mening niet het gerechtvaardigde vertrouwen zijn gewekt dat het wel goed zat, omdat op de naderhand ontvangen pensioenopgaven geen recht op partner­pensioen was vermeld.


Rechtsgeldigheid e-mail

Onder omstandigheden kunnen e-mailberichten een pensioenuitvoerder binden.

De werkgever van een deelnemer had gerichte vragen aan het fonds gesteld, die duidelijk en ondubbelzinnig positief werden beantwoord met een e-mail. Toen deze mededeling voorbarig bleek, deed het fonds een beroep op de ‘disclaimer’ onder het e-mailbericht, maar ik heb dat verworpen. Een dergelijk voorbehoud is mijns inziens bedoeld als vrijwaring tegen de gevolgen van niet-authentieke of verminkte berichten, niet tegen de inhoud van de mededeling als zodanig. Voor betrokkene is toen een redelijke overgangsregeling getroffen.


Pensioenopgave

Opgave gebaseerd op onjuiste uitgangspunten onder omstandigheden bindend.

Een pensioenfonds bood zijn deelnemers de mogelijkheid van een aanvullende voorziening voor nabestaandenpensioen. Omdat het reglement nog niet klaar was, werd aan een deelnemer telefonisch een voorlopige premie opgegeven en die is daarop ingegaan. Toen bleek dat de premie was berekend op basis van verkeerde uitgangspunten (de inhoud van het telefoongesprek lag niet vast), heeft het fonds zijn verlies genomen en voor de lopende termijn de premie niet verhoogd, echter onder mededeling dat de voorziening alleen zou worden voortgezet tegen de reële premie. Dat vond ik niet onredelijk.


Opgewekt vertrouwen

Opgewekt vertrouwen gerechtvaardigd, omdat onjuistheid berichtgeving niet kenbaar was.

In een reeks van gevallen was een door de pensioenuitvoerder telkens gemaakte fout het onmiddellijke gevolg van een inlichting die het fonds verkreeg van de (verwante) uitvoeringsinstelling van de WAO. Het ging onder andere om mensen van wie het deelnemerschap beëindigd was omdat het percentage van hun arbeidsongeschiktheid gedaald was onder het minimum, benodigd voor premievrije pensioenopbouw. Toen het percentage weer steeg, werd de premievrije opbouw hervat. Ten onrechte, maar het werd jaren achtereen verwerkt in de pensioenopgave. Omdat betrokkenen op briefpapier met hetzelfde beeldmerk over hetzelfde onderwerp mededelingen kregen die in elkaars verlengde schenen te liggen, mochten zij er naar mijn mening op vertrouwen ‘dat het wel goed zat’, en heb ik het fonds in overweging gegeven de foutieve opgave te honoreren tot aan het tijdstip, dat de fout ontdekt werd en de betrokkenen uit de droom werden ‘geholpen’.


Ontbreken pensioenopgaven 2

Pensioenfonds niet aansprakelijk te stellen voor fout werkgever.

Een werkgever had een werknemer jaren lang ten onrechte aan het pensioenfonds opgegeven als deeltijder. Omdat hij vroeger geen pensioenopgaven had gekregen, heeft hij ook niet gezien dat zijn pensioenresultaat niet in de buurt kwam van wat hij had moeten krijgen. Het pensioenfonds was daarvoor juridisch niet aansprakelijk te stellen, maar het is de vraag wat het slachtoffer opschiet met een vordering op een, van een bedenkelijk slag gebleken, werkgever.


Ontbreken pensioenopgaven

Bekendmaking van (nieuwe) regels aan belanghebbenden kan voorwaarde zijn voor verbindende kracht ervan.

Een pensioenfonds, dat was ontstaan na een fusie van twee bedrijven, had met de onderneming een overeenkomst gesloten, teneinde voor de belanghebbenden, die op een peildatum in dienst waren van het bedrijf, een bepaalde vorm van indexering te waarborgen. Het pensioenreglement is op dat punt na evenbedoelde peildatum gewijzigd, zonder dat het fonds de belanghebbenden hiervan aanvankelijk op de hoogte stelde. De wijziging hield in, dat de welvaartsvastheidstoeslag werd beperkt tot ten hoogste het percentage dat gold voor het bedrijfspensioenfonds in de betreffende sector. Al kon ik het stilzwijgen van het fondsbestuur niet waarderen, de stelling, dat de wijziging van het pensioenreglement geen rechtskracht had, omdat zij niet aan alle belanghebbenden bekend was gemaakt, miste naar mijn mening voldoende juridisch draagvlak. Voor degenen die onder de waardevastheidsovereenkomst vielen, vond ik dat (mede op grond van het rapport van mijn juridisch adviseur) anders liggen. Voor hen genoot de inhoud van de overeenkomst voorrang tot het tijdstip, dat de verandering in indexeringswijze geacht kon worden behoorlijk bekend te zijn gemaakt.


Onjuiste mededelingen

Schadevergoeding in verband met uitgaven gedaan op grond van onjuiste mededelingen.

Aan betrokkene was naar aanleiding van door haar daaromtrent geuite twijfel telefonisch verzekerd dat zij het juiste bedrag ontving. Toen dat achteraf onjuist bleek werd het te veel ontvangene teruggevorderd, maar zij had inmiddels uitgaven gedaan die niet meer ongedaan konden worden gemaakt. Het fonds besloot tot vergoeding van de aantoonbare uitgaven die zij gedaan had tussen haar eerste telefoontje (“Is dat wel goed”) en de correctie van het fonds.


Onderzoeksplicht

Een logisch antwoord verplicht niet tot verificatie.

Het fonds had betrokkene geen vrijwillige voortzetting van deelname gedurende de gehele werkloosheidsperiode toegestaan, maar wel gedurende drie jaar. Daardoor zou hij nooit kunnen voldoen aan de voorwaarden voor vroegpensioen, zodat hij drie jaar ‘voor niets’ deelneming zou voortzetten.
Betrokkene had uitdrukkelijk naar de mogelijkheid van overbrugging van het jaar na de drie toegestane jaren gevraagd. Hij vroeg dus bewust naar het bestaan van een uitzondering. Toen hij daarop een bevestigend antwoord kreeg, hoefde het hem uit de aard der zaak niet te verbazen dat dit een afwijking van het reglement inhield. De stelling, dat het op de weg van betrokkene gelegen had om zich nader te laten inlichten over deze (beweerdelijke) tegenstrijdigheid, ging naar mijn mening derhalve niet op.


Kennelijke vergissing

Een kennelijke vergissing mag worden rechtgezet.

Een deelnemer had bij de overgang van eindloon- naar middelloonregeling een keuze aangekruist die hij niet wilde maken en dit, toen hij de bevestiging daarvan kreeg, onmiddellijk aan het fonds gemeld. Dit was steeds streng geweest voor spijtoptanten om risicoselectie tegen te gaan, maar het zag in dat daarvan hier geen sprake was en stond toch correctie toe.


Identiteit deelnemer

Verwisseling van persoonsgegevens van een tweeling.

Een tweeling met dezelfde voorletters en dezelfde pensioenuitvoerder kreeg regelmatig verkeerde pensioenopgaven, omdat er mutaties van de ander in waren verwerkt. Na een telefoontje van mij is binnen een dag schoon schip gemaakt en is aan de éne zuster een volkomen ander klantnummer toegekend. Inmiddels heeft de andere zuster een nieuwe werkkring en is geen verwarring meer mogelijk. Een geval als dit lijkt onschuldig en eigenlijk best vermakelijk – behalve als je één van de betrokkenen bent.


Gerechtvaardigd vertrouwen

Waardeoverdracht kan geen verdubbeling van pensioen veroorzaken.

Het fonds had bij de offerte voor waardeoverdracht bij vergissing het aantal guldens in euro’s opgegeven. Bij belanghebbende was naar mijn mening niet het gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat het aantal aan het ontvangende pensioen toe te voegen dienstjaren juist was, omdat dit veel meer was dan de duur van zijn deelneming aan het overdragende pensioenfonds.


Betrouwbaarheid postverkeer

Het fonds hoefde er niet van uit te gaan dat twee brieven van dezelfde afzender niet zouden zijn aangekomen.

Een deelnemer die stelde gekozen te hebben voor maandelijkse betaling in plaats van afkoop, en na ontvangst van de afkoopsom aan het fonds geschreven zou hebben dat hij het daar niet mee eens was (en vervolgens niets meer had gedaan), heb ik niet ondersteund. Het fonds hoefde er niet van uit te gaan dat er twee brieven van dezelfde afzender niet zouden zijn aangekomen. In Nederland is dat eigenlijk ondenkbaar.


Bekendmaking regels

Bekendmaking van (nieuwe) regels aan belanghebbenden kan voorwaarde zijn voor verbindende kracht ervan.

Een pensioenfonds, dat was ontstaan na een fusie van twee bedrijven, had met de onderneming een overeenkomst gesloten, teneinde voor de belanghebbenden, die op een peildatum in dienst waren van het bedrijf, een bepaalde vorm van indexering te waarborgen. Het pensioenreglement is op dat punt na evenbedoelde peildatum gewijzigd, zonder dat het fonds de belanghebbenden hiervan aanvankelijk op de hoogte stelde. De wijziging hield in, dat de welvaartsvastheidstoeslag werd beperkt tot ten hoogste het percentage dat gold voor het bedrijfspensioenfonds in de betreffende sector. Al kon ik het stilzwijgen van het fondsbestuur niet waarderen, de stelling, dat de wijziging van het pensioenreglement geen rechtskracht had, omdat zij niet aan alle belanghebbenden bekend was gemaakt, miste naar mijn mening voldoende juridisch draagvlak. Voor degenen die onder de waardevastheidsovereenkomst vielen, vond ik dat (mede op grond van het rapport van mijn juridisch adviseur) anders liggen. Voor hen genoot de inhoud van de overeenkomst voorrang tot het tijdstip, dat de verandering in indexeringswijze geacht kon worden behoorlijk bekend te zijn gemaakt.


Deze website maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies onder andere om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.