Nabestaandenpensioen

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met (bijzonder) nabestaandenpensioen.


Wezenpensioen

Geen recht op wezenpensioen na reglementswijziging in aansluiting op gewijzigde wetgeving.

De jongste zoon van een deelnemer was nog geen 18 jaar oud toen het pensioenreglement zodanig werd gewijzigd, dat (half)wezen na hun 18e geen recht meer hielden op nabestaandenpensioen tot hun 27e jaar zolang zij studeerden. De oudste wel, en de vader beriep zich op een verkregen recht alsmede op schending van het beginsel van gelijke behandeling. Van het laatste was geen sprake. De broers werden onderling niet gelijk behandeld, omdat hun leeftijd niet gelijk was. Er bestond voor de jongste zoon ook geen verkregen recht. Het was ten tijde van de reglementswijziging niet zeker dat hij zou gaan voldoen aan de voorwaarde voor nabestaandenpensioen. Voor toepassing van een hardheidsclausule was evenmin aanleiding. De reglementswijziging had juist het ingetreden gevolg ten doel in verband met de gewijzigde kinderbijslag- en studiefinancieringsregels.


Tijdstip huwelijk

Geen uitkering als bij aanvang begunstiging overlijden binnen korte tijd te voorzien was.

Men kon bij een pensioenfonds op basis van non-selectie toetreden tot een aanvullende pensioenvoorziening voor nabestaanden. De weduwe van een toegetreden deelnemer stelde, dat die non-selectie meebracht, dat de bepaling, dat geen uitkering zou plaatshebben als de deelnemer binnen een jaar overleed, niet zou gelden. Ik vond daarvoor geen aanknopingspunt in de regeling.


Samenloop met nabestaandenpensioen

Samenloop van bijzonder nabestaandenpensioen met nabestaandenpensioen is onder omstandigheden mogelijk, ook al is dat onredelijk ten opzichte van de 'andere' nabestaande.

De heer A, deelnemer aan pen­sioen­fonds P, is getrouwd met mevrouw X, nadat hij eerder 15 jaar gehuwd is geweest met mevrouw Y. Mevrouw Y is hertrouwd met de heer B, deelnemer aan pen­sioen­fonds Q. Voor de heer B, die inmiddels is overleden, was dat het eerste huwelijk. Omdat bij pensioenfonds P het recht op bijzonder na­be­staan­den­pen­sioen niet verviel bij hertrouwen en bij pen­sioen­fonds Q de voorhuwelijkse tijd meetelt, ontvangt mevrouw Y nu over dezelfde periode bijzonder nabe­staandenpensioen van pen­sioen­fonds P en na­be­staan­den­pen­sioen van pensioenfonds Q. Ik kon de verbazing van mevrouw X daarover wel delen, maar uiteraard niet de vrijheid nemen om bij pen­sioen­fonds P te bepleiten die tijd geheel of gedeeltelijk aan mevrouw X toe te rekenen.


Positie 'laatste' weduwe

Verdeling nabestaandenpensioen onevenredig in het nadeel van de laatste weduwe.

Het eerste huwelijk was geëindigd door overlijden. Het tweede huwelijk eindigde na anderhalf jaar in scheiding, maar op het bijzonder partnerpensioen werd geen aftrek toegepast, omdat er geen eerder ontstaan recht op bijzonder partnerpensioen was. Het derde huwelijk duurde twintig jaar. Toch kreeg de derde echtgenote veel minder partnerpensioen dan de tweede, omdat deze als het ware het pensioen van de eerste (en daarmee ook de voorhuwelijkse deelnemersjaren) erbij kreeg.


Deze website maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies onder andere om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.