Partnerpensioen

Overzicht van voorbeeldzaken die te maken hebben met partnerpensioen.


Voorwaarde partnerschap

Regeling verdeling kosten gezamenlijke huishouding in samenlevingsovereenkomst voldoende.

De partner van betrokkene viel volgens het fonds niet onder het partnerbegrip van het pensioenreglement, omdat ieders aandeel in de kosten van de gezamenlijke huishouding niet in de samenlevingsovereenkomst zelf was geregeld. Dit standpunt was ook naar het oordeel van mijn juridisch adviseur niet houdbaar. Het fonds heeft uiteindelijk mijn zienswijze gevolgd.


Voorwaarde

Partnerschap moet blijken, zowel formeel als duurzaam feitelijk.

Nu betrokkenen hadden nagelaten daarvoor waarborgen, niet alleen jegens elkaar maar ook in maatschappelijk opzicht, te schep­pen, en blijkens de stukken de samenleving ook enige tijd verbroken was geweest, heeft het bestuur in redelijkheid kunnen beslissen dat zij ook in materieel opzicht niet voldeden aan de voorwaarden voor partnerpensioen.


Samenlevingscontract

Een overeenkomst kan ook een samenlevingsovereenkomst zijn als dat er niet boven staat.

De deelneemster had al geruime tijd geleden met haar partner bij notariële akte een overeenkomst gesloten die alle elementen bevatte die worden gesteld aan een samenlevingsovereenkomst. Volgens de voorlichtingsbrochure van het fonds over partnerpensioen moet men daarvoor beschikken over een notariële akte of een door de notaris opgemaakt samenlevings­contract waaruit blijkt dat men een financieel gezamenlijke huishouding voert. Omdat het contract goed in elkaar zat was dat laatste door het fonds zonder enige moeite vast te stellen, ook al stond er geen ‘Samenlevingsovereenkomst’ boven. Uiteindelijk heeft het fonds het contract als zodanig erkend.


Omruil in ouderdomspensioen

Ruilvoet moet worden vastgesteld naar de juiste datum.

De mogelijkheid tot omruil was in 2000 niet genoemd op de aanvraagformulieren voor (vervroegd) ouderdomspensioen. Toen het pensioen van de betrokkene bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd in 2005 herrekend werd ontdekte hij dat hij had kunnen converteren en verzocht daar alsnog om. Het fonds willigde dat in, maar paste daarbij het ‘tarief’ voor omruil bij 60 jaar toe. Betrokkene was van mening dat dit het hogere 65-jaar-percentage zou moeten zijn. Dat was ik met hem eens. Tegenover de stelling van het fonds, dat dit vanaf 2000 het overlijdensrisico heeft gedragen, staat dat het fonds betrokkene niet op de hoogte had gesteld van de mogelijkheid om dit voor zijn rekening te nemen. Ik vond het daarom te gemakkelijk om hem het gemiste voordeel te ontzeggen met verwijzing naar een risico dat niet was ingegaan.


Intrekking aanmelding

Aanmelding partner is niet vrijblijvend.

Een weduwe had haar nieuwe partner als zodanig aangemeld, maar wilde de aanmelding ongedaan maken toen ze ontdekte, dat zij door de aanmelding haar recht op uitbetaling van het weduwenpensioen verloor. Haar bezwaar tegen de weigering van het pensioenfonds om hieraan mee te werken heb ik niet ondersteund. Nabestaandenpensioen dient om te voorzien in het wegvallen van inkomsten die de echtgenoot of partner inbrengt. Wanneer een nieuwe partner weer voor inkomsten zorgt, is het een misplaatst beroep op de solidariteit van de andere deelnemers in het fonds om daarnaast het weduwenpensioen uit te keren.


Inruil van ouderdomspensioen

Keuzetermijn verlengd vanwege verschoonbaarheid misverstand.

Het pensioen bij het ondernemingspensioenfonds van het overnemende concern was anders samengesteld dan dat bij het ‘ingelijfde’ pensioenfonds: nabestaandenpensioen en aanvullend ouderdomspensioen zijn bij de collectieve waardeoverdracht actuarieel gelijkwaardig ingewisseld voor tijdelijk ouderdomspen­sioen. Betrokkene dacht daarom dat het nabestaandenpensioen verdwenen was, maar het ouderdomspensioen kon eenvoudig weer worden herschikt. Betrokkene had de daarvoor geldende termijn overschreden, maar het fonds heeft hem vanwege het misverstand alsnog omruil toegestaan.


Herstel onvervulde voorwaarde

Alsnog gelegenheid bieden tot aantonen relatie is niet vrijblijvend.

Na meer dan 25 jaar samenwoning trad een deelnemer in het huwelijk met zijn partner, en overleed onverwacht kort daarna. Op grond van het pensioenreglement bestond geen recht op nabestaandenpensioen. Het fonds stelde de weduwe wel in de gelegenheid om de duurzaamheid van de samenleving aan te tonen, maar toen zij dat had gedaan wees het fonds het verzoek alsnog af. De werkgever hoorde van dit geval en vroeg hiervoor direct mijn aandacht. Toen ik het fonds wees op de kort daarvoor gepubliceerde uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 8 oktober 1997 (die het niet redelijk vond om in een dergelijk geval hoop te wekken en die vervolgens de bodem in te slaan) kreeg mevrouw alsnog haar pensioen.


Bewijs van partnerschap

Onder omstandigheden kan vasthouden aan het vereiste van een samenlevingsovereenkomst onredelijk zijn.

Broer en zuster, beiden deelnemer in hetzelfde fonds, woonden al achtenvijftig jaar in hetzelfde huis en hadden na het overlijden van de ouders de zorg voor de jongere broers en zuster op zich genomen. Hun (wel tamelijk vage) voornemen om een samenlevingsovereenkomst te laten opmaken werd doorkruist door het overlijden van de zuster. Hoewel het fonds juridisch correct had geoordeeld, meende ik dat in dit zeer uitzonderlijke geval billijkheidshalve toch een partnerpensioen moest worden toegekend. Het bestuur heeft mijn advies gevolgd.


Aanmelding

Een afspraak over ouderdomspensioen geldt niet vanzelf ook voor partnerpensioen.

Met de nieuwe werkgever was afgesproken dat de diensttijd bij de oude zou meetellen voor pensioen. Bij het oude pensioenfonds was de partner niet aangemeld als begunstigde voor partnerpensioen, bij het nieuwe wel. Dat bracht echter niet mee dat het partnerpensioen ook zou worden berekend over de oude diensttijd.


Aanmelding 2

Hernieuwde samenleving doet recht op nabestaandenpensioen niet vanzelf herleven.

Een deelnemer en zijn vrouw waren gescheiden, maar zijn later weer gaan samenwonen. De relatie werd pas bij het fonds aangemeld toen de man al gepensioneerd was. Dat kon ook niet eerder, want invoering van partnerpensioen vond plaats na die pensionering. Zij waren bewust niet hertrouwd en hadden moeten beseffen dat nabestaandenpensioen voor ongehuwden niet vanzelfsprekend was.


Deze website maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies onder andere om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren.